11 23

Extra informatie bij de bevorderingsnormen



MODULERING

In het eerste en tweede leerjaar krijgen de leerlingen een deel van de vakken niet het gehele jaar door. Het schooljaar is verdeeld in 4 periodes en sommige vakken worden alleen in de eerste twee periodes gegeven, andere vakken allen in de laatste twee periodes. Het totaal aantal lesuren, over het hele schooljaar gezien, blijft gelijk. Door deze indeling hebben de leerlingen in een lesweek minder vakken en dus ook minder verschillende docenten. Dit maakt het voor hen overzichtelijker. Voor de vakken die ze in een periode hebben krijgen ze meer lesuren per week dan op de lessentabel staat vermeld. Zo kunnen meer verschillende opdrachten gedaan worden en kunnen de leerlingen zich beter concentreren. Leerlingen halen op deze manier betere resultaten.

WEGING VAN CIJFERS IN DE ONDERBOUW: VOORTSCHRIJDEND GEMIDDELDE

Een schooljaar is verdeeld 4 periodes. Aan het eind van iedere periode volgt een activiteitenweek waarin de rapportcijfers worden berekend en waarna een rapport wordt uitgedeeld. Leerlingen krijgen dus 4 keer per schooljaar een cijferrapport.

Rapportcijfers worden in tienden achter de komma op het rapport weergegeven.

Met ingang van schooljaar 2017-2018) wordt in de onderbouw ter bepaling van het rapportcijfer gewerkt met het ‘voortschrijdend gemiddelde’.

Dit houdt in dat elk rapport een overzicht verschaft van de stand van zaken vanaf het begin tot het moment van rapporteren.

Daarnaast bevat het rapport het behaalde cijfer van die desbetreffende periode, zoals nu ook het geval is, zodat het zichtbaar blijft of een leerling te maken krijgt met een duidelijke groei of terugval.

Het jaarcijfer is dus het gemiddelde van alle cijfers (met bijbehorende weging) vanaf het begin van het schooljaar. Voorheen werd dit eindcijfer bepaald door het gemiddelde van alle periodegemiddelden.

Het jaarcijfer wordt gebruikt om de bevordering naar het volgend leerjaar te bepalen.

GEBRUIK INZETLETTERS VOOR WERKHOUDING/INZET

In de klassen 1 tot en met 4 (en alle leerwegen) wordt gewerkt met vier inzetletters:

O  –  Onvoldoende

T  –  Twijfel

V  –  Voldoende

G  – Goed

De inzetletters worden niet gebruikt als overgangscriterium, maar zeggen wel iets over het functioneren van de leerling.  Een onvoldoende werkhouding/inzet voor een vak is een belangrijk onderwerp van gesprek tussen leerling, ouder(s)/verzorger(s) en de school. Wanneer er een O of een T gegeven wordt, is het mogelijk dat de inzetletter vergezeld wordt door een opmerking op het rapport.

OP-& AFSTROMEN

Op- en afstromen kan alleen plaatsvinden na rapport 2 of rapport 4, omdat we in de onderbouw werken met gemoduleerde vakken (half jaar) en we één periode tekort vinden voor een definitief oordeel. In leerjaar 4 is op- en afstromen niet meer mogelijk. Het besluit van de docentenvergadering over op- en afstroom is bindend.

OVERGAAN EN ZITTENBLIJVEN IN LEERJAAR 1 & 2

Elk schooljaar is verdeeld in 4 periodes. Aan het eind van elke periode volgt een activiteitenweek waarin de rapportcijfers berekend worden en waarna een rapport wordt uitgedeeld. Rapportcijfers worden in tienden achter de komma op het rapport weergegeven. De leerling krijgt gedurende het schooljaar 4 keer een cijferrapport. Voor het eerste en het tweede jaar geldt een jaarcijfer met een weging van 1-1-1-1. Dit betekent dat er periode-cijfers zijn met bij de overgang een berekening voor het jaarcijfer.

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING (PTA)

De leerlingen volgen een onderwijsprogramma in het kader van het VMBO. Dat betekent dat er in het 3e leerjaar en 4e leerjaar leerstof getoetst en beoordeeld wordt, die de leerling tot aan een diploma brengen. Aan het eind van het derde leerjaar worden er zelfs al vakken afgesloten. Om inzicht te geven in de voortgang van de leerling, wordt er aan het eind van iedere periode een rapportage gegeven. Het centrale eindexamen vindt plaats aan het eind van het vierde leerjaar.

In het PTA staat beschreven voor welke leerstof, op welke wijze van toetsen en in welke periode de leerling beoordeeld wordt.

De leerling krijgt aan het begin van het schooljaar dit programma uitgereikt. Daarin staat ook vermeld welke toetsen herkanst mogen worden. Deze herkansingen zullen plaats vinden aan het eind van elke periode.

Wanneer aan het einde van een periode het werk niet is ingehaald, afgemaakt of is ingeleverd, moet de leerling eerst het werk afmaken voordat hij de lessen weer in mag. Na beoordeling van het gemaakte werk kunnen de lessen weer gevolgd worden.

REKENEN/REKENTOETS

Sinds 2014 is de rekentoets een zelfstandig onderdeel van de examens. De examens bestaan daarmee uit schoolexamens, centrale examens en de rekentoets. Er zijn drie afnameperioden per schooljaar. Een leerling die herkanst op een hoger niveau kan terugvallen op het eerdere cijfer, op het lagere niveau. In plaats van een cijfer wordt een vaardigheidsscore gegeven, te vermelden op de cijferlijst bij het diploma.

Leerlingen op het vmbo moeten een rekentoets maken. De toets telt nog niet mee voor het halen van het diploma. Wel komt het resultaat op de cijferlijst te staan.

 

EXAMENREGLEMENT

Alle regels en afspraken tijdens de examenperiode zijn beschreven in een examenreglement. Aan het begin van het derde leerjaar wordt dit reglement uitgedeeld.

STAGE IN HET 3E EN 4E LEERJAAR

De leerlingen lopen in het 3e leerjaar BBL en KBL één keer een stageperiode van 3 weken, het 3e leerjaar GT volgt een stage van 3 weken en in het 4e leerjaar één keer een periode van 2 weken.

In deze perioden ervaren leerlingen wat het is om te werken. Daarnaast geeft het de leerling een beter beeld van de mogelijkheden binnen de gekozen sector. De stage is een verplicht onderdeel van het onderwijsprogramma en de uit te voeren opdrachten tellen mee in het programma van toetsing en afsluiting (PTA).

DOORSTROMING

Veurs Voorburg vraagt nog meer van haar leerlingen:

‘We zijn er op gericht dat leerlingen doorstromen naar een vervolgopleiding’.

Doorstroommogelijkheden zijn:

  • MBO assistentenopleiding niveau 1 (1 jaar) basis beroepsopleiding niveau 2 (2 jaar)
  • vakopleiding niveau 3 (3 jaar)
  • middenkaderopleiding niveau 4 (3 of 4 jaar)

De leerling kan hierbij kiezen uit 2 leerwegen, namelijk:

  • BBL = Beroepsbegeleidende leerweg (4 dagen werken en 1 dag naar school)
  • BOL = Beroepopleidende leerweg (5 dagen naar school)