12 23

Bevorderingsnormen onderbouw

Bevorderingsrichtlijnen onderbouw



Bevorderingsrichtlijnen onderbouw

Een leerling gaat over naar het volgende leerjaar (van hetzelfde niveau) indien er maximaal 2 tekorten zijn in de eindgemiddeldes:

  • 1 tekort in kernvakken en 1 tekort in de overige vakken;

of

  • 0 tekorten in kernvakken en 2 tekorten in de overige vakken.

 

Uitgangspunten:

  • Tekort = 4,5 - 5,4;
  • Kernvakken: NE, EN, WI, D&P (GT);
  • Overige vakken: ANW, MM, EC, DU (KGT), IN, TN, VZ, LO, BV, NLU;
  • Het vak rekenen wordt niet meegerekend.

 

Voldoe je niet aan bovenstaande eisen, dan ben je een bespreekgeval. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar schoolresultaten, maar ook naar gedrag en werkhouding van de leerling. Mogelijke beslissingen zijn:

  • Overgang op hetzelfde niveau;
  • Overgang met afstroom naar een lager niveau;
  • Blijven zitten in hetzelfde leerjaar (met of zonder afstroom);
  • Op zoek moeten naar een andere school.

De mentor en teamleider(s) nemen de uiteindelijke beslissing.

 

Af- en opstroom

Halfjaarlijks wordt bekeken of een leerling op het juiste niveau zit.

 

Voor afstroom wordt gekeken of een leerling voldoet aan de hierboven beschreven bevorderingsrichtlijnen.

 

Voor opstroom gelden de volgende uitgangspunten:

  • Opstroom BASIS naar KADER: het gemiddelde voor alle vakken (kernvakken en overige vakken) is minimaal een 8,0 én het gemiddelde van de kernvakken is een 7,5 of hoger.
  • Opstroom KADER naar GT: het gemiddelde voor alle vakken (kernvakken en overige vakken) is minimaal een 7,5 én het gemiddelde van de kernvakken is een 7,5 of hoger.
  • Tevens kijken we naar het gedrag en werkhouding van de leerling.

De mentor en teamleider(s) nemen de uiteindelijke beslissing.

 

Communicatie

Bij mogelijk zittenblijven, afstroom, opstroom of schoolverlaten zullen ouders/verzorgers hierover tijdig worden geïnformeerd door de mentor.